De burcht van Bourscheid

Burcht op een leisteenrots

De burcht van Bourscheid lag op een leisteenrots, 360 meter hoog. De vesting was 151 meter lang, 53 meter breed en 12.000 m² groot. Vandaag is ze herleid tot een ruïne. Alleen een ringmuur en enkele torens zijn overeind gebleven.

Overblijfselen uit de Romeinse tijd

Wanneer de bouw van de burcht precies begon, is niet geweten. Archeologen vonden in de vesting sporen uit het Ottonische, Karolingische, Merovinginsche en Romeinse tijdperk. Wel staat vast dat in het jaar 1000 een bestaande houten constructie is verbouwd tot de uiteindelijke burcht. 

Bouwversieringen in de vorm van een visgraat

Oorspronkelijk was er alleen een kleine ringmuur met vier torens. Die liep rond de kapel, de voorbrucht en de slottoren. Van die romaans-gotische constructie blijven vandaag nog de ringmuur en de slottoren over. Bijzonder mooi om te zien zijn de bouwversieringen in de vorm van een visgraat – ook wel opus spicatum genoemd.

Het ‘Stolzemburgse huis’

Rond 1350 kwam de grote ringmuur erbij. Die omvatte elf afgesloten tussenruimtes en acht torens. Toen de muur in 1354 was afgewerkt, verrees in datzelfde jaar in de benedenburcht het ‘Stolzemburgse huis’ – een vazalhuis. Samen met drie andere vazalhuizen grensde dit huis het gebied van de leenmannen af. Vooral de prachtige gotische kelder in het ‘Stolzemburgse huis’ is een bezoekje waard.

Kerker in de rotsen

De grote ringmuur beschermde de burcht beter. Daarom kreeg het oorspronkelijke paleis liefst vier extra verdiepingen. Naast het paleis kwam een ‘bakhuis’. Onder dat gebouw werd – in de rosten – een kerker van twee verdiepingen uitgegraven. Wat ooit de ingang van het ‘bakhuis’ was, doet vandaag dienst als het huis van de conciërge. 

Rechtspraak onder de lindeboom

In 1477 kwam er een geschuttoren bij. Achter die toren verhinderde een gracht de toegang tot de boven- en benedenburcht. De voorplaats voor de buitenpoort werd beveiligd met palissades. Op die voorplaats stond ook een lindeboom waaronder recht werd gesproken.

Verval van de burcht

In 1512 – het jaar waarin de laatste heer van de familie Bourscheid stierf – begon het verval van de burcht. De bovenburcht werd herleid tot twee woningen. In 1626 verdween een van de woningen. De andere werd maar af en toe bewoond. Vanaf 1650 vertoefde alleen nog de beheerder in de vesting. Hij verbleef in het ‘Stolzemburgse huis’ – het huidige kasteel. De Franse Revolutie maakte in 1794 een einde aan de feodale burchtentijd. Het archief van de burcht verhuisde in 1802 naar Gemünden in Duitsland. In 1803 verliet de laatste beheerder de burcht.

Opwaardering van de burcht

In 1936 liet de Luxemburgse staat enkele renovatiewerken in de burcht uitvoeren. Vanaf dan werd ze toegewezen aan monumentenzorg. In 1972 kocht de Luxemburgse staat ze op. Het ‘Stolzemburgse huis’ en het huis van de conciërge werden opnieuw ingericht. Om de burcht toegankelijk te maken voor het publiek. Door archeologisch onderzoek en de archieven van de ‘Amis du Château de Bourscheid’ is de kennis over haar geschiedenis aanzienlijk verruimd.